
Dulleweg 9a
1721CT Broek op Langedijk ( tot 31-
Openingstijden:
Zaterdag 10.30-
Tevens werken wij op afspraak


Kom in 5 minuten veel te weten over houtsoorten.
Hout
Meubel-
Naaldhout is afkomstig van bomen waarvan de bladeren min of meer een naaldvorm bezitten. Deze bomen worden ook wel aangeduid als coniferen of kegeldragers. Naaldbomen hebben een voorkeur voor de gematigde en koude streken als groeigebied. Voor de meubelhandel zijn de voornaamste soorten het vurenhout en de verschillende soorten grenenhout. Naaldhout is over het algemeen zachter dan loofhout en het is gemakkelijk te splijten. De kopse kant van naaldhout vertoont vrijwel altijd duidelijk zichtbare groeiringen.
Loofhout is afkomstig van blad-
De verschillende onderdelen van een boom
Een boom bestaat uit verschillende onderdelen, dit zijn:
de wortels;
het worteleinde (Dit is het gedeelte waar de wortels geleidelijk overgaan in het stamhout. Bij sommige bomen is dit bijzonder waardevol. Het kan nl. bijzonder mooi wortelfineer, b.v. notenwortel, opleveren.);
de stam (Deze levert het werkhout op. Bij verschillende houtsoorten splitst de stam zich bij de top in twee of meer delen, die als hoofdtakken verder naar boven groeien. Wanneer deze toppen verwerkt worden tot fineer, zoals bij mahonie, ontstaat het bloemfineer.);
de kroon of kruin (Dit is als meubelhout doorgaans niet geschikt).
Bomen zijn als alle andere levende wezens opgebouwd uit cellen. Cellen kunnen zich door deling vermenigvuldigen en dat noemt men groeien. Voor het vormen van nieuwe cellen maakt de boom gebruik van een speciale laag: het cambium.
Door de vorming van nieuwe houtcellen wordt de middellijn van de stam steeds groter omdat er regelmatig een nieuwe houtlaag om de reeds bestaande wordt gevormd. Er wordt dus steeds een nieuwe laag jong hout rondom de kern van het reeds bestaande hout aangebracht, waardoor de zogenaamde groeiringen ontstaan.
Het assimilatieproces (het omzetten van voedingszouten tot koolhydraten) en het groeiproces
zijn niet alleen afhankelijk van (zon)licht, maar ook van temperatuur. De loofhoutbomen
van het noordelijk halfrond verliezen in het najaar en de winter hun bladeren om
te voorkomen, dat in perioden met vorst de boom zou sterven door vochtverlies. Het
assimilatieproces staat stil en de groeisappen in de stam zijn volkomen tot rust
gebracht (nadat een grote voorraad koolhydraten is gevormd). In het voorjaar lopen
de bladeren weer uit en ontstaat een ware groei-
Het jonge pasgevormde hout wordt spinthout genoemd. Dit spinthout verzorgt de sapstroom
in de stam en dient als opslagplaats voor voedingsstoffen. De meer naar binnen gelegen
spinthoutcellen gaan mettertijd het opgeslagen voedsel gebruiken om te komen tot
volwassenheid. De cellen gaan verkernen en geven zo meer stevigheid aan de steeds
dikker wordende stam. De meeste houtcellen lopen in de lengterichting van de stam.
Daarnaast treft men bundels met vezels en cellen waarvan de groeirichting dwars staat
op die van de eerder genoemden. Een typisch voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde
mergstralen. Zij hebben o.a. als functie de verzorging van het voedseltransport van
de buitenste spinthoutcellen naar de nog niet helemaal volwassen cellen in het inwendige
van de stam. Houtsoorten met een uitgesproken mergstraaltekening, de zogeheten spiegels
of spiegeltekening zijn het eiken-
Eigenschappen van hout
Hout is een veelzijdig en levend materiaal dat door de eeuwen heen voor velerlei
doeleinden is toegepast. Er bestaan zoveel verschillende houtsoorten, dat de mens
voor ieder doel wel een bepaalde soort kan vinden die daarvoor het meest geschikt
is. Het soortelijk gewicht (S.G.) van hout kan sterk uiteenlopen. De begrippen hard
hout en zacht hout hebben te maken met de opbouw en de onderlinge samenhang van de
vezels. Hebben de vezels een dikke wand en zijn ze zeer vast en hecht met elkaar
verbonden, dan spreekt men van hard hout. Bij hard hout heeft minder snel vervorming
plaats. Als de vezels dunwandig zijn en de onderlinge verbondenheid van de vezels
losser en grover is, dan spreekt men van zacht hout. Bij zacht hout kan veel sneller
vervorming plaatsvinden (deuken). Zo is beukenhout een zeer harde houtsoort en bijvoorbeeld
grenen-
Vochtgehalte
Iedere boom bevat veel water. Afhankelijk van de soort kan het vochtpercentage uiteenlopen
van 40 tot 200 % ten opzichte van het drooggewicht. Dit vochtgehalte is niet over
de stam gelijk verdeeld, maar kan zowel in de lengte als in de doorsnede aanmerkelijk
verschillen. Direct na het vellen van de boom begint het droogproces, waarbij eerst
het vocht uit de celholten verdwijnt. Is dit vocht verdwenen, dan bevat de stam nog
tussen de 20 en 36% water. In deze toestand treedt er nog geen vormverandering op
en daarom wordt de stam bij voorkeur in dit stadium tot werkhout verzaagd. Hout is
hygroscopisch, d.w.z. het bezit het vermogen om in een drogere omgeving vocht af
te staan en in een vochtiger omgeving vocht op te nemen. Van deze eigenschap maakt
men gebruik om het hout verder te drogen. Het hout wordt in droogkamers gebracht
waar het vochtgehalte in 8-
Werken en trekken
Ten opzichte van het werken en trekken van het hout kan het veel uitmaken hoe de
planken uit een boom gezaagd worden. De goedkoopste manier is de planken rechtweg
deel voor deel uit de stam te zagen. Dit noemt men dosse zagen! Hierbij vertonen
de meeste planken groeiringen die voornamelijk in de breedterichting van de plank
liggen. Een dergelijke plank zal bij het drogen altijd trekken tegen de richting
van de groeiringen in. Het breedste deel van de plank vertoont een vlamtekening.
Een duurdere manier ontstaat wanneer een stam in vier kwarten gezaagd wordt, waarna
ieder kwart zo op de machine geplaatst wordt, dat er richting het hart (de kern)
wordt gezaagd. Dit noemt men quartier zagen! Zo ontstaan er staande groeiringen t.o.v.
het breedste deel van de plank. Deze planken (quartier of kwartier gezaagd) trekken
minder krom en krimpen minder dan op dosse gezaagde planken. De planken zijn echter
smaller. Het breedste deel van de plank vertoont een spiegeltekening bij de daarvoor
in aanmerking komende houtsoorten, zoals eiken-
Kwasten of noesten
Deze ontstaan op die plaatsen waar zich een jonge loot in de stam inplant. Deze levende takken zijn organisch met de stam vergroeid en vormen als zodanig "gezonde" kwasten, doordat het houtvezelverloop van de stam regelmatig afbuigt naar dat van de tak. Gezonde kwasten worden niet als onduldbaar ervaren, omdat de soliditeit van de constructie er niet door geschaad wordt. Wel is het hout in de omgeving van de kwast veel warriger, waardoor het wat moeilijker is af te werken. Vooral in Midden Europa wordt veel naaldhout toegepast voor meubelen en betimmeringen en hierbij worden dan de vele kleine noesten als een decoratie gezien.
A. Een op blok gezaagde stam met dosse gezaagde planken.
B. Twee verschillende manieren van quartier zagen.





